Na twee jaar
Opeens, na twee jaar, stond hij weer voor haar, zoals altijd onberispelijk correct met de juiste woorden op zijn tong. Met zijn aanwezigheid overviel hij haar. Hij was er plots en keek haar doordringend aan alsof hij haar ziel wilde blootleggen. Zijn intensiviteit raakte elke cel in haar lichaam. Haar instinct werkte direct. Intens bang dat hij boos zou zijn omdat ze gefaald had dat te zijn wat hij van haar verwacht had. Zijn afwijzing lag haar, na twee jaar, nog steeds zwaar. Dat ze uitgerekend hem teleurgesteld had. De man die zij met hart en ziel lief had. Haar tweelingziel. Ze wilde vluchten voor de hevige storm van gevoelens die in haar opkwam.
Haar sociale omgangsvormen, ooit aangeleerd door haar moeder, weerhielden haar. Een simpel beleefdheidsgesprekje moest lukken, dacht ze. Dus gooide ze haar gekunstelde charmes in de strijd en minzaam glimlachend zei ze: “wat leuk om je na al die jaren weer te zien!” Zijn gezicht veranderde in een naderende onweersbui. Woest siste hij: “en waarom groette je me dan net niet?” Om er vervolgens milder en bijna wanhopig aan toe te voegen: “herkende je me dan niet?” Ze voelde zijn pijn. Haar pijn. Ze wendde haar blik af om zijn verwijten niet te zien. Mijn God, bedacht zij zich, hij had me net zo goed knock out kunnen slaan. Het zou hetzelfde effect hebben gehad.
Terwijl ze heftig worstelend stond te twijfelen of nu het moment was gekomen om hard weg te rennen of juist iets te zeggen om zijn toorn te keren, ondernam hij een poging om het gesprek, dat hij net vakkundig had vermoord, nieuwe leven in te blazen. Liefdevol vroeg hij of ze ook van Mozart hield. Een domme vraag, vond ze, waarom zou ze aanwezig zijn op een concert van Mozart als ze er niet van hield. Maar ze vergaf hem zijn onhandigheid. Ze keek hem recht in zijn ogen. Al eens eerder was ze getroffen door de zachtheid. Terwijl hij haar nog steeds indringend aanstaarde, was zijn blik niet boos of kwaadaardig. Zijn lichte ogen schitterden dof. Ze kon er niets vinden dat niet op liefde leek. Ze werd overwhelmd door haar enorme liefde voor deze man. Hij had haar in zijn macht.
Ze poogde het gesprek voor te zetten op basis van lieve koetjes en kalfjes. Wetend dat het een vreugdeloze poging was. Tussen hen was er geen simpel lichtvoetig gesprek mogelijk. Elk woord werd gewikt en gewogen. De zwaarte van hun woorden doorboorden elke poging tot contact. Het was alles of niets. Ze deed haar best om met woorden zinnen te vormen die pasten binnen de dialoog. Wat ze zei raakte kant noch wal. Het waren woorden die wegdreven zonder enige betekenis of werkelijkheid. Ze wilde hem van alles zeggen, maar ze kon geen klanken bedenken om de dingen duidelijk te krijgen. Ze wilde hem laten weten wat ze voelde en wat ze zag in zijn ogen.
Hij hield haar blik stevig vast alsof hij daarmee de tijd wilde stopzetten om een interbellum te creëren waarin alleen zij tweeën bestonden. Het lukte haar niet om de juiste woorden te vinden. En eigenlijk was ze opgelucht toen iemand bij hen kwam staan en de betovering verbrak door wat zinloze opmerkingen te maken over de organisatie van het concert. Er volgde een wazig en volkomen zinloos gesprek waarin ze moeite deed om intelligent over te komen, maar zeker wist dat alles wat ze zei het domste was wat ze ooit had uitgekraamd. Elke keer als zij iets zei, beweerde hij het tegendeel. De oorlog was weer begonnen.
© Koningin der Decadentie