Narcissus 2
Ze had zich teruggestrokken in de achterste kamer van het huis. Ze was de aandacht moe. Het voelde alsof iemand anders in haar lichaam was gekropen en haar leven had overgenomen. Het kostte haar te veel energie. In de afgelopen week had ze een presentatie gehouden over haar successen. Vlak erna had ze zich dankbaar gevoeld. Ze wist dat zij haar successen te danken had aan hem. Als hij haar destijds niet had afgewezen, had ze nooit de drang gevoeld zich te bewijzen. Ze had het allemaal gedaan voor hem, zodat hij zou zien dat hij iets kostbaars aan de kant had gezet. Hij was niet eens aanwezig geweest. Hij wist niet eens dat ze een poging ondernomen had te schitteren. Het was zoals het altijd was. Hij was niet geïnteresseerd in haar.
Nu ze alleen was, had ze spijt dat ze de presentatie had gedaan. Ze had het gevoel dat ze, zodra ze op de voorgrond trad, de controle kwijtraakte over haar leven. Ze had een enorme angst om de grip te verliezen zodat ze niet meer weloverwogen en goeddoordacht haar acties kon kiezen. Het ging haar te snel. Dat was ook de reden waarom ze met schrijven was begonnen. Schrijven gaf haar de kans haar leven te orderen en het te perfectioneren.
De kamer – of wat er nog van over was – had ze opgeruimd en schoongemaakt. Na uren boenen had hij haar een glanzende tegelvloer als beloning gegeven. In het midden van de kamer ging ze zitten. Om de lucht te reinigen stak ze een wierookstokje aan. Het stond voor haar. Terwijl ze naar de rook keek die langzaam in kringetjes zijn weg naar boven vond dwaalde haar gedachten af naar hem.
Ze zag hoe de rook van het wierookstokje spiegelde in de tegelvloer. Hij was haar spiegelbeeld. Elke keer als ze bewonderend naar hem keek wist ze wat ze moest veranderen aan haarzelf om meer succes te krijgen. Met de bewondering kwam ook de afgunst. Het schipperde constant tussen die twee emoties; afgunst en bewondering. Iemand had haar niet zo lang geleden gezegd dat hij best jaloers was op de dingen die ze deed. Eerst had het haar trots gemaakt. Het was een teken dat haar successen tot hem waren door gedrongen. Daarna overviel haar een deprimerend gevoel. Ze wilde niet dat hij jaloers was. Ze had het voor hem gedaan. Liever had ze het samen met hem gedaan. Wat had het voor nut dat hij jaloers was op haar? Dat maakte de kloof tussen hen alleen maar groter. Net als de rook die opsteeg in de spiegelende vloer. De afstand tussen beeld en spiegelbeeld werd met elke zuchtje wind groter. Het werd haar duidelijk. Als hij haar spiegelbeeld was dan zouden ze nooit bij elkaar kunnen komen. Wat ze voor hem voelde was enkel eigenliefde. Zij waren samen Narcissus.
© Koningin der Decadentie
Dido
Tussen de rotzooi die nutteloos in een hoek rustte, vond ze een foto van een jonge vrouw. De foto was ingelijst. De vrouw had niet gekeken naar degene die de foto had gemaakt. Haar blik was naar de grond gericht. Zo bleef ze voor eeuwig. In gedachten. Anna’s nieuwsgierigheid was gewekt. Wie was deze vrouw? Waarom zou iemand haar vastleggen terwijl ze troosteloos naar de grond staarde? Het leek of die iemand het moment had willen vasthouden nadat hij haar op brute wijze had afgewezen.
Ze noemde de vrouw Dido naar de legendarische eerste koningin van de Noord-Afrikaanse stad Carthago. Tussen Dido en de Trojaanse held Aeneas had een hartstochtelijke liefde gebrand. Aeneas behoorden tot één van de weinigen die de brandende Troje had weten te ontkomen toen deze stad door de Grieken werd vernietigd. Aeneas was voorspeld dat er een voorspoedige toekomst in het westen zou liggen. Door een storm belandde zijn vloot echter niet in Italië maar in Noord-Afrika bij Dido. Dido, waanzinnig verliefd, gaf zich over aan Aeneas toen ze tijdens een heftig onweersbui samen schuilden in een grot. Ze was ervan overtuigd dat hij haar zou trouwen. Ze waren voortbestemd, vond zij. Helaas bleek al snel dat de goden daar andere gedachten over hadden. Ze herinnderden Aeneas aan zijn lotsbestemming om een nieuw koninkrijk te stichten in Italië. Natuurlijk was Dido geen onderdeel van die plannen. Aeneas zo gehoorzaam als een hond deed wat de Goden hem zeiden en vertrok.
Dido, onteerd en ontroostbaar, beroofde zich van het leven met het zwaard dat Aeneas haar had gegeven en liet zich in brand steken. In de hoop dat Aeneas die met zijn makkers zorgeloos de baai uitvoer, de rookwolken zou zien en zich eeuwig schuldig zou voelen.
Anna voelde verwantschap met Dido.
Terwijl ze het lijstje bekeek – het glas was gebroken – vroeg ze zich af, wat is het leven. De enige zekerheid is de dood. Wat zou ze dan dan nog zijn, een herinnering? Een foto gevangen in een wissellijstje? Vergane glorie. Ze voelde medeleven met de vrouw wiens fotolijstje niet eens een prominente plaats op een televisie of een daarvoor speciaal ingericht tafeltje had. De herinnering aan haar leven lag hier zomaar tussen de rotzooi in een huis dat was vergeten. Het leek achteloos in een hoek gegooid. Een verstild moment van iets dat was geweest maar nu niet meer was. Totaal zinloos.
Anna besloot het lijstje mee naar huis te nemen. Zij zou het een plaats geven op haar bureau. Ze zou haar niet vergeten. Ze zou haar in ere herstellen. Wat ze ook gedaan had in haar leven. Het kon nooit zo erg zijn geweest om zomaar in een hoek weggegooid te worden.
© Koningin der Decadentie
De Koning der Arrogantie
Narcissus, waarvan voorspeld was dat hij lang zou kunnen blijven leven ‘zolang hij zichzelf niet kende’, was de zoon van de rivier Cephissus en waternimf Liriope. Hij groeide op tot een beeldschone jongeman. Een prachtige verschijning. Vele vrouwen en mannen vielen ten prooi aan zijn onweerstaanbare charmes. Hij was echter zo arrogant dat hem dit volkomen koud liet en wees hen alle op botte wijze af. Brak hart na hart en liet een spoor van vernieling na. Tot één van zijn aanbidders hem ook zo’n onbeantwoorde liefde toewenste.
Zo gebeurde dat Narcissus op een dag zijn eigen verschijning zag in de gladde waterspiegel. Hij raakte gefascineerd en raakte zo heftig verliefd op zijn eigen spiegelbeeld dat hij haar keer op keer wilde zien. Maar nimmer kon hij contact met haar maken. Zijn spiegelbeeld reageerde altijd direct. Glimlachte als hij glimlachte. Maar elke keer als hij haar aan wilde raken verdween zij in de diepte. De pijn die volgde op de afwijzingen was zo hevig dat hij niet meer kon slapen en eten. Uiteindelijk stierf hij door liefdesverdriet. Maar zelfs in het dodenrijk was hij niet verlost van zijn obsessie. Hij bekeek zichzelf keer op keer in het zwarte water van de onderwereldrivier de Styx zoekend naar zijn eigen spiegelbeeld.
© Koningin der Decadentie