Het spirituele pad verlaten

19 augustus 2011 at 2:28 am (Het verhaal) ()

Terwijl ze het weggetje volgde dat naar zee liep, dacht ze na over haar spirituele pad. Ze was moe van dat hele gedoe. Des te meer antwoorden ze vroeg, des te meer vragen er kwamen. Er was geen ophouden aan. Toen ze dat aankaartte, werd haar verteld dat ze geen vragen mocht stellen. Ze moest stil zijn, mediteren en dan zou alles duidelijk worden. Want als ze vragen stelde, oordeelde ze. Haar gedachten waren verdeeld in goed en fout. Alles wat uit haar mond kwam had een oordeel. En dat was niet de manier waarmee ze haar pad kon open maken. Ze moest elke dag gaan zitten en mediteren. Bidden voor de verlossing. Jaren had ze het geprobeerd. Alles wat ze wilde, was enkel zijn aandacht geweest. Daar was het allemaal om begonnen, maar alles wat ze kreeg was spirituele inzichten. Inzichten die haar alleen nog meer vragen en verlangen brachten. Ze wilde niet meer. Ze wilde van het pad af. Ze wilde weer gewoon zichzelf zijn zoals ze was voordat ze spiritueel ontwaakt was. Ze mocht wel eens eerlijk zijn ten opzichte van zichzelf; de reden waarom ze haar heil had gezocht in spiritualiteit was om troost te vinden. Troost zoals meditatie haar bood. De inzichten hadden haar zeker troost gebracht. Maar dat duurde nooit lang.
Eigenlijk had ze het begrip pad nooit begrepen. Een pad houdt in dat er een weg is. Een weg naar wat? Wat ligt er aan het eind van dat pad? Een zee zoals bij het pad waarop ze nu liep? Wat is de beloning van een spiriteel pad, nog meer inzichten? Waarom kon ze niet dood gaan. Dan was ze weer terug bij God en hoefde ze niet meer te worstelen. Wanneer had ze ooit gekozen voor dit leven?
Wat als ze helemaal niet wilde lopen? Wat als ze gewoon wilde blijven wie ze was? Geen ontwikkeling, geen groei. Een rode sportauto willen bezitten, dat begreep ze. Maar dat was niet waar zij naar verlangde. Ze wilde iets anders, maar ze wist niet wat. Of beter gezegd wat ze wilde, kon ze niet omschrijven. Ze kon zeggen wat het niet was; ze wilde geen geld, groot huis, zijn vrijheid, zijn goedkeuring en nee ook niet zijn eeuwige aandacht. Dat zou haar alleen maar gaan vervelen.
Ze had al lang geleden begrepen dat de reden waarom hij haar aantrok, was dat hij, op het moment als zij dacht dat ze veilig was bij hem, haar afwees. Na negen jaar was ze dat spelletje van aantrekken en afstoten beu. Het was niet meer dan ongezond verlangen. Nee, zijn aandacht wilde ze ook niet meer. Niet als het op deze manier moest.
Ze besloot om niet langer het pad te volgen. Ze stapte opzij en ging dwars door struiken en doornen. Ze voelde de strammen op haar benen en armen. Even overwoog ze om terug te gaan, maar verbeten ging ze voort. De zee kon nooit meer ver zijn. Maar hoe meer ze de richting van de zee opliep hoe dichter de struiken werden. Omkeren was geen optie. Ze was verdwaald. Verward bleef ze staan.

Eigenlijk wilde ze niet op aarde zijn. De dood leek haar een verlossing. Daar was geen goed en kwaad. Daar was alles één. Een plaats met alleen maar liefde en licht. Daar vertelde iemand haar niet dat ze nooit ver kon komen op haar spirituele pad omdat ze enkel oordeelde. Wat had het leven op aarde voor zin als er iets veel mooiers was? Hier blijven staan had geen zin. Ze keek om haar heen. Voor zich zag ze tussen het struikgewas een lichtere plaats. Daar moest het pad zijn. Of de zee. Ze trok en duwde zich naar de lichtere plaats. De lichtere plaats bleek een desillusie. Het was geen pad, geen zee. Maar een open plaats met wit zand omringd door een muur van cactussen, waar zich net met veel moeite doorheen had gedrongen. Ze draaide zich om en zocht een manier om weer langs te cactussen zich terug te wringen in het donkere struikgewas zonder zich te verwonden. Maar ze struikelde en viel. Haar hand, die steun zocht in haar val, belandde in een stekel. Een scherpe pijn trok door haar heen. Ze was niet in de hemel. Ze was op aarde. Op aarde was pijn en verdriet. Ze probeerde de stekel te verwijderen. Maar de stekel met weerhaken brak af. Een gedeelte bleef in haar hand. Terwijl ze over haar hand wreef, bekeek ze de open plaats. De donkergroene dunne lange cactussen rechtop staand omwikkeld door felgroene klimopplanten met pastelpaarse bloemen staken af tegen de strakblauwe lucht. De zon brandde meedogenloos. De kleuren waren intens en ze kon niet anders dan bekennen dat ze genoot van de kleuren. Het verzachtte haar pijn. Ze stond op, keek waar de zon stond en besloot met de zon in haar rug verder te worstelen door het struikgewas. Misschien moest ze maar eens ophouden met spiritueel te zijn en gewoon eens geld gaan verdienen. Geld en bezit waren altijd woorden voor haar geweest, waarvan ze vond dat die niet bij haar paste. Hij, hij was geldbewust en materialistisch. Maar zij was verheven boven dat soort aardse dingen. Zij ‘wist’ dat er meer in het leven was. Ze moest lachen om zichzelf. Wat is er ‘meer in het leven’? Een spiritueel pad waarvan ze niet wist waar dat eindigde? Misschien was ze helemaal niet vootbestemd voor het spirituele pad, waar ze niet mocht oordelen. Misschien moest ze eens meer als hem zijn en gewoon genieten van aardse dingen, zoals de zachtpaarse bloemen en het genot om veel geld te bezitten. Het leek haar opeens niet eens zo’n slecht idee. Waarom probeerde ze die kant niet eens?
Voor haar zag ze opeens het licht en de blauwe tinten waaierend van verzachtend turqouis tot nachtblauw, de zee.

© Koningin der Decadentie

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.