Haat
Terwijl ze de kibbelende vogeltjes op het terras bestudeerde, dacht ze aan de keer dat hij haar had afgewezen. Hoe durfde hij haar dramatisch en kinderlijk te noemen. Hij was degene vol drama en een klein kind. Niet zij. Haar gedachten begonnen te razen: “Als hij zou weten wat ik voor hem heb gedaan. Hoe ik mijn hart uit mijn lichaam rukte om mijn boosheid niet te tonen. Hoe ik mijn bittere tranen verborg in een poel van zwart verdriet waarin ik het liefst had willen verdrinken, maar ik bleef zwemmen. Hoe ik het intense verlangen in mezelf hield om hem niet lastig te vallen met mijn passionele liefdesbetuigingen. Dat alles deed ik alleen maar zodat hij zich zelfverzekerd zou voelen in mijn aanwezigheid. Inmiddels weet ik dat zou ik in zijn nabijheid schreeuwen, in woede uitbarsten of hysterisch huilen. Het zou hem niets uitmaken. Hij is zo ingenomen met zichzelf dat hij niet begrijpt wat het inhoudt om deze gevoelens te hebben. Hij is zo ijdel. Hij weet niet wat het is om weg te zinken in de dramatische ellende die hij zelf geschapen zou hebben.
Hij hoeft me niet te redden. Ik heb zijn uitgestoken hand niet nodig. Dit keer red ik mezelf wel!”
Haar boosheid voelde zinloos aan. Hoe vaak had ze dat al bedacht. Elke keer als ze in radeloze woede de grond onder haar goed had aangestampt zodat het een solide basis zou vormen voor haar ego, kwam ze hem weer tegen en verwijderde hij zonder enige moeite de aarde onder haar voeten. Ze zonk steeds dieper en dieper. Een eindeloos verhaal. Een bodemloos moeras. Het is onmogelijk om liefde te voelen voor een man die enkel oog heeft voor zijn eigen spiegelbeeld. Ze haatte hem. Ze haatte hem zo intens.
Dat had ze hem toen moeten zeggen.
“Nee”, bedacht ze zich, “er is een reden waarom ik hem heb ontmoet.” Zou het echt zijn dat hij haar tweelingziel was? Dat zij, voor zij in de stof waren wedergekeerd, elkaar beloofd hadden om elkaar te prikkelen zodat zij zich bewust zouden worden van het Leven en dat zij zouden leren wat het is om iemand onvoorwaardelijk lief te hebben? Dat zij oprecht zouden kunnen zeggen dat zij van elkaar hielden ook als zij dachten dat het niet zo was? Dat zij van elkaar hielden ondanks alles? Waarom toonde hij dan nooit zijn gevoelens?
Al haar voornemens om hem onvoorwaardelijk lief te hebben, vielen in het niets. Ze kon niet zijn wat zij had beloofd. Op aarde golden blijkbaar andere wetten, regels en beperkingen. Ze kon niet onvoorwaardelijk liefhebben. Hem steunen zonder enige voorwaarden. Nu het moment was gekomen om tot een verzoening te komen, kon ze niet de stap maken. Ze zat vast in haar werkelijkheid. Gevangen in haar eigen ideeën. Ze wilde niet losbreken. Hoe groot de beloning ook zou zijn. Ze kon het niet. Het was makkelijker om hem te haten.
© Koningin der Decadentie