Luister naar mij
“Ik lijk wel gek. Ik praat met een huis.” Ze lachte even toen ze dacht aan haar schooljuffrouw van vroeger die tijdens de rumoerige lessen uit pure onmacht riep: “het lijkt wel alsof ik tegen de muren en de deuren sta te praten”. Die was dus ook gek.
“Weet je, Huis, Ik ben nooit goed genoeg voor deze wereld. Ik denk dat er maar één persoon is die er altijd voor me zal zijn en dat ben ik zelf. Ik heb genoeg aan mezelf. Ik trek me terug in mijn eigen wereld. Mijn binnenwereld, waar iedereen wel lief en aardig voor mij zal zijn. Geen mensen die kritiek leveren. Niet op mijn kleding, mijn uitspraken of mijn handelingen. Voor die wereld ben ik er gewoon. Het is er alleen zo kaal en eenzaam. Er zijn geen uren, geen dagen. Niets verstrijkt.”
“Ik heb het gevoel dat mensen niet naar mij willen luisteren. Waarom lukt het mij nu nooit om echt contact te maken met iemand. Ik kom ze wel tegen, hoor, de mannen en vrouwen waarbij ik een prettig gevoel heb, waarvan ik denk dat wij gelijkgestemden zijn. Maar steeds weer laten zij mij in de steek. Of ze herinneren me eraan dat ik waardeloos ben. Ik praat veel te veel en zeg altijd de verkeerde dingen. Ik wil niemand kwetsen en toch doe ik het keer op keer. Dan denk ik niet na en zeg weer iets doms. Daar ben ik echt ontzettend goed in. Ik probeer mijn mond te houden. Zwijgen is goud… Ja, maar als iedereen zwijgt is het erg stil. En saai, vind je niet?”
Ze zuchtte. “Toch vreemd aan de ene kant heb ik dus het gevoel dat mensen niet naar mij willen luisteren en aan de andere kant horen ze het als ik weer eens een domme opmerking maak. Dan luisteren ze opeens wel. Vreemd. Mensen luisterden eigenlijk veel te goed naar mij.”
Dat ze niet naar haar luisterde kon ze dus van het lijstje schrappen.
“Toch voel ik me onbegrepen en eenzaam.” vervolgde ze, “mensen begrijpen niet wat ik wil zeggen. Ze luisteren maar oppervlakkig en hebben direct hun mening klaar. Ze oordelen over mij zonder werkelijk te luisteren naar mijn boodschap. Ik wil dat ze me serieus nemen en echt luisteren naar mij.” Terwijl ze het zei, schrok ze er zelf van. “Is dat niet heel erg eng? Stel, dat mensen echt naar mij gaan luisteren, mij serieus gaan nemen en gaan proberen om te begrijpen wat ik zeg…” De gevolgen zouden rampzalig zijn. Elke keer zou iemand dan haar uitspraken op waarheid toetsen. ‘Dus je bedoelt dat …’. Nee, dat zou vreselijk zijn. Riep zij niet altijd dat mensen haar niet serieus moesten nemen, dat zij zomaar wat zei. Uit pure angst. Omdat als mensen echt alles zouden aannemen wat ze zei en daar eens goed over na zouden denken, dan zouden ze algauw tot de conclusie komen dat er absoluut geen consequentie of consistentie in haar uitspraken en gedachten zat. Dat ze eigenlijk behoorlijk dom was?
Ze wilde onbegrepen zijn. Ja, en dat eenzaam. Deed ze dat ook niet zelf? Wie verstopte zich nu in een vervallen landhuis, ver verwijderd van de bewoonde wereld? Bang om geconfronteerd te worden met wie ze werkelijk was. Hier was het heerlijk veilig. Geen spiegels, geen kritiek.
Daar moest ze ook eens over nadenken. Wie leverde eigenlijk het meeste kritiek? Was zij dat niet zelf? Altijd afwegend of wat ze deed wel goed genoeg was. Maakte zij zelf haar leven niet onmogelijk?
© Koningin der Decadentie