Welkom

13 januari 2008 at 7:17 pm (Overpeinzingen) (, , , , , , , , , )

De tuin rond het huis was één al verdord. Struiken met doornen schermden het huis af van de buitenwereld. De enige weg naar het huis was dwars door de struiken. De tuin van Hades, noemde zij het. Het was de wind die fluisterend het verhaal van het huis vertelde: ”Kom, er is een wereld in mij, donker en duister, stil en sereen. Je kunt niet binnendringen. Doornen bewaken mijn ziel. Maar mocht je willen komen. Wees gerust en vergeet vooral niet je geduld. Want die wereld in mij doodt enkel de Tijd.”

Anna wist hoe het voelde om buitengesloten te worden. Om nooit een deel te zijn van een groep. Ze was nergens welkom. Ze voelde zich nergens veilig. Ze was niet van deze wereld. Nooit voldeed ze aan de verwachtingen van anderen. Ze had geprobeerd zich aan te passen. Te zijn zoals de anderen. Een gehoorzame dochter, een lieve hartsvriendin, een partner voor het leven. Nooit was ze in de ogen van de ander wat ze had moeten zijn. Altijd waren er weer de kritieken en de verwijten. Zo voelde Anna het.
Toen ze bij hem kwam had ze het gevoel dat ze thuis kwam. Ze hoorde bij hem. Hij gaf haar in zijn gesloten armen een grenzeloos gevoel van vrijheid. Na al die vruchteloze pogingen van zoeken had zij haar kudde gevonden. Ze was één met hem. Bij hem kon ze iemand zijn. Ze voelde de belofte om in zijn veilige omgeving te groeien. Ze hoefde niet te voldoen aan allerlei zinloze waarden en normen. Voor haar lag de weg naar onvoorwaardelijke liefde open. Dat had ze echt gedacht. Maar ze was verblind. Ook hij liet haar vallen. Hij zei dat ze was tegengevallen. Weer was ze niet wat ze beloofd had te zijn.
Haar hele leven had ze op hem gewacht. Haar sprookjesprins op het witte paard. De man die haar zou redden uit haar zwarte ellende. Hoe vaak had ze hem ontmoet in haar meisjesdromen. Steeds kwam hij weer. Vol beloftes over het eeuwige geluk als ze zich aan hem zou overgeven. Ze had haar hart aan hem gegeven. Nu was er weinig over van zijn beloftes. En haar hart.

Het huis had een deur. De deur was altijd open. Ze kon naar binnen gaan als zij dat wilde. En ze kon naar buiten gaan. Wat ze nog prettiger vond, ze kwam nooit ongelegen. Nooit reageerde iemand geschokt. Ze was er altijd welkom.

© Koningin der Decadentie

Plaats een reactie